Chronische longaandoeningen (COPD) en ergotherapie

Als de aandoening COPD is vastgesteld kan dit heel veel invloed hebben op het dagelijks leven.

Eenvoudige dagelijkse activiteiten kosten moeite, energie, of zijn zelfs niet meer mogelijk.

  • ‘Halverwege de dag is mijn accu al leeg!’
  • ‘Als ik de trap op loop, krijg ik het zo benauwd’
  • ‘Tijdens het douchen word ik zo benauwd en moe, ik kan me amper aankleden’

Ergotherapie is al vroeg in het ziekteproces zinvol. Juist in de vroege fase kan de ergotherapeut met gerichte voorlichting en adviezen voorkomen dat betekenisvolle activiteiten onnodig of te vroeg  worden afgestoten.

De ergotherapeut kan leren hoe  activiteiten op een meer efficiënte manier uitgevoerd kunnen worden. Zo kosten ze minder energie. Het aanleren van een goede ademhaling en een goede houding zijn hierbij belangrijk. Ook geeft de ergotherapeut  praktische tips.
Verder helpt de ergotherapeut de cliënt de beperkte energie goed over de dag en de week te verdelen. Dit helpt extreme vermoeidheid voorkomen en zorgt dat er weer ruimte is voor die activiteiten die voor de cliënt belangrijk zijn.
Tot slot kan de ergotherapeut  adviseren welke hulpmiddelen en voorzieningen een meerwaarde zouden kunnen zijn.  Zij weet of en hoe je voor een vergoeding in aanmerking komt. Het kan bijvoorbeeld gaan om een scootmobiel, een douchezitje of een traplift.

Praktijkvoorbeeld

Door een luchtwegaandoening heeft mw. M. veel last van kortademigheid. Haar loopafstand is beperkt en voor activiteiten buitenshuis is mw. daardoor afhankelijk  geworden van derden. Mw. heeft een rollator maar door schaamtegevoel staat deze ongebruikt in de schuur. In huis leveren keukenactiviteiten haar problemen op (bijv. afwassen, koken e.d.).  Mw. is alleenwonend. Haar twee kinderen, die in de buurt wonen,  bieden veel hand en spandiensten. Zij laten dagelijks haar hondje uit, doen haar boodschappen en koken regelmatig voor hun moeder.  Mw. vindt deze afhankelijk vervelend en zou deze activiteiten weer graag  zelf willen doen.

Tijdens de ergotherapiebehandeling is er samen met mw. gekeken hoe zij haar mobiliteit buiten de deur zou kunnen vergroten. Na contact met de gemeente is er  een scootmobiel toegekend en zijn er gewenningslessen door de ergotherapeut gegeven omdat  het doseren van de snelheid en het manoeuvreren problemen opleverden. Tijdens deze gewenningslessen zijn er routes gereden die voor mw. belangrijk waren, o.a. naar het park waar zij haar hondje uit kan laten en naar een winkelcentrum. De ergotherapeut heeft contact gezocht met de fysiotherapeut omdat mw.  haar loopafstand buiten wilde vergroten. De fysiotherapeut heeft bij  het opbouwen van de loopafstand  de rollator ingezet.

Er zijn ergonomische adviezen gegeven om minder last te hebben van de kortademigheid  bij de keukenactiviteiten. Mw. gebruikt  in huis nu  de rollator als serveerwagen en als zitje bij het koken en afwassen. De indeling van de kasten is veranderd zodat mw. minder hoeft te reiken en te bukken voor voorwerpen die mw. veel gebruikt.

Mw. vertelt door de activiteiten op een andere manier te doen weer meer te kunnen in huis en dat dit een positieve invloed heeft op haar gevoel van eigenwaarde. Daarnaast doet zij nu met de scootmobiel haar boodschappen en laat zij zelf haar hondje weer uit met de rollator.

< terug naar Thuis in balans